Houd Moed

Zes jaar geleden werd in een gesprek van anderhalf uur met een kinderarts en een psycholoog in het AMC, de diagnose ‘anorexia nervosa’ bij onze jongste dochter vastgesteld. Haar obsessieve behoefte om gezond te leven en te eten, kreeg opeens een andere betekenis. Een betekenis die we eigenlijk al kenden.

“On va quiter”, dat was wat ik zei toen mijn dochter twee weken later voor de eerste keer in datzelfde AMC werd opgenomen. Een Franse vriendin had me een jaar eerder verteld dat haar zoon verslaafd was aan drugs en dat ze het niet zou laten gebeuren. ‘On va quiter’ had ze strijdlustig geroepen en dat was dus wat ik ook voelde op dat ellendige moment. Wij gaan afkicken!!

Dit gebeurt niet in mijn gezin, of nou ja, het gebeurt nu wel, maar wij kunnen dit aan, wij zorgen ervoor dat we hier z.s.m. weer uitkomen. En zo strijdlustig en vol goede moed begonnen wij aan een marathon, die jaren en jaren zou duren.

Een vriend kende de directeur van een anorexia kliniek. Bellen die man! We grijpen iedere kans aan die ons kan helpen ons kind te redden. “Ja, ja, ach en wee” zei de directeur en “Het belangrijkste dat ik jullie kan meegeven is: houd moed”.

Ja hoor wij houden moed, geen probleem, wij zijn moedig, dat is het punt niet.

“Houd moed” werd onze mantra, dag na dag, week na week, jaar na jaar.

We hielden moed, toen onze dochter naar de Bascule ging en daar eigenlijk nog zieker werd, getriggerd door andere meisjes: dun, dunner, dunst. We hielden moed, toen onze dochter niet langer welkom was bij de Bascule, omdat ze geen vorderingen maakte en wij haar 24/7 op de bank hadden. We hielden moed, toen we alle tussendoortjes onder de kussens van de bank vonden. We hielden moed, terwijl we vier keer per week naar


het AMC reden om bloed te prikken en om een CT scan te laten maken. We hielden moed, toen een meisje uit de buurt, die we af en toe in de wachtkamer van het AMC tegenkwamen, overleed aan de gevolgen van deze afschuwelijke ziekte. We hielden moed, terwijl onze dochter haar droom najaagde en met een te laag BMI naar Amerika vertrok voor een road-trip met een nichtje en verzwakt terug kwam.

Ondanks dat ‘moed houden’ soms makkelijker gezegd was dan gedaan, hielden we ook moed toen er geen behandeling was voor haar, omdat ze te jong was voor Human Concern, een kliniek die uitzicht gaf op herstel. En hielden we ook moed bij ieder gekocht festival kaartje dat in de prullenbak verdween omdat ze niet mocht gaan van de arts.

Wij hielden moed én onze dochter hield moed. Zij bleef dromen en ik droomde met haar mee. On va quiter, ik wist het zeker!

Ze haalde haar VMBOT examen, zonder naar school te gaan. Ze haalde haar HAVO, zonder een les te volgen. Zij was moedig en wij waren er, altijd en het enige wat wij deden was zorgen dat we in verbinding bleven, positief en liefdevol met de boodschap: “het leven wacht op jou, ons mooie kind, enige dat jij hoeft te doen is er in te stappen!”

Nu, zes jaar later, is ze dat leven ingestapt. En hoe! Stukje bij beetje laat zij de eetstoornis achter zich en proberen wij haar steeds het vertrouwen te geven dat het ok is om soms die kleine terugval te ervaren, het even niet te weten en vervolgens vol goede moed weer door te gaan.

Moed houden gaat over acceptatie van de situatie, over zelfzorg, over veerkracht ontwikkelen. Het gaat ook over daadkracht en in verbinding blijven met je kind, je andere kinderen en met je lief. Ik was dankbaar dat ik vanuit mijn professie tools tot mijn beschikking had om hier aan te werken want ‘moed houden’ gaat zeker niet altijd vanzelf.